Acht december, een week na zijn overlijden, werd Ramses begraven. In besloten kring, zoals dat heet.
Which means nog altijd een dikke honderdvijftig mensen. Tegen 13.00 uur moesten we ons verzamelen bij Zorgvlied. Het was een weerzien. De groep wachtenden bestond uit vrijwel dezelfde gezichten als van de feesten die we met Ramses hebben gevierd. Jeroen en Herma Krabbé, Willeke Alberti, de jongens van Alderliefste, Albert Verlinde, we zochten elkaar op.
Een paar minuten later verscheen een koets getrokken door vier paarden, met daarop bedolven onder een zee van rode rozen, de kale blank houten kist van Shaf. Een even duidelijk als belachelijk idee, dat daarin het lichaam ligt van de man, een van de mooiste stemmen van onze tijd, de levensgenieter,... de kunstenaar. Uit de tweede koets stapten Liesbeth List, haar man en dochter, Shireen Strooker en Kitty Courbois.
In de aula werd gesproken en gespeeld. Buiten, bij het graf, namen we afscheid. De zon brak door. Een cliché, maar waar. Ariane en ik stonden aan de rand van de aarde waarin de kist verzonken lag. De strop om mijn keel werd strakker aangetrokken. 'Dag lieve Shaf,...', stamelde ik. We draaiden ons om, liepen langs het graf van mevrouw Kalteschnee. In mijn gedachten klonk de lach van Ramses. Zo'n naam verzin je niet.
In de koffiekamer, geen plakkerige plastic-cake en lauwe koffie, maar wijn! Een piano! Gerard Alderliefste in prachtig paars kostuum had liedteksten mee genomen. Hij opende het bal. Thijs van Leer en Nico van der Linden volgden... We vierden het leven van Ramses, en van ons zelf...
Daarna gingen we met de buren van Ramses, Pieter Fleury, Manuela Kemp, Sylvester Hoogmoed en e.a. nog naar het stam-restaurant van Shaf,.. Torino aan de Roetersstraat. Mocht je er ooit gaan eten, kom dan in zijn naam, en betaal gul. Je weet namelijk nooit of er toch nog niet een kleine rekeningetje van Ramses openstaat....
Het was een schone dag,... waarin het leven en dus de dood, in alle kleuren werd beleefd. Tot we samen zijn!